ECLI:NL:RBARN:2010:BO4707
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over levering en betaling melkquotum tussen melkveehouder en HCB Quotum B.V.
De zaak betreft een geschil tussen een melkveehouder en HCB Quotum B.V. over de koop en levering van 50.000 kg melkquotum voor het melkprijsjaar 2009-2010. De melkveehouder had de koopprijs van €45.172,40 betaald, maar het melkquotum werd niet tijdig geleverd. HCB werd bij verstek veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs, een verbeurde boete en schadevergoeding.
In het verzet stelt HCB dat niet zij, maar een derde partij, betrokkene1, de overeenkomst heeft gesloten, en dat de melkveehouder daarom niet jegens HCB kan vorderen. De rechtbank overweegt dat de vraag of HCB als wederpartij optrad, afhangt van de verklaringen en gedragingen van partijen. De melkveehouder moet bewijzen dat HCB de overeenkomst op eigen naam sloot, wat niet uit de omstandigheden volgt, maar hij wordt toegelaten tot het leveren van dat bewijs.
Verder voert HCB aan dat de melkveehouder al bij ondertekening in verzuim was wegens niet-betaling, waardoor HCB niet in verzuim kon komen. De rechtbank oordeelt dat HCB een soepele betalingstermijn van tien dagen heeft gegund en dat de stelling van HCB niet aansluit bij de feiten. De rechtbank wijst bewijsopdrachten toe aan beide partijen en bepaalt dat de zaak op 1 december 2010 wordt voortgezet met bewijslevering en getuigenverhoren.
De beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd en de verdere procedure is afgerond. Het vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en op 17 november 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en wijst bewijsopdrachten toe voor nadere bewijslevering over de vraag of HCB de overeenkomst op eigen naam sloot.