ECLI:NL:RBARN:2010:BO5303

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
26 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
701952 CV Expl. 10-6290
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:264 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beding inzake betaling makelaarskosten door huurder nietig wegens ontbreken opdrachtgeverrelatie

Berkien Onroerend Goed Assurantiën Lent B.V. heeft bemiddeld bij de totstandkoming van een huurovereenkomst tussen [gedaagde partij] als huurder en [Y] als verhuurder van een woning. Berkien vorderde betaling van makelaarskosten van de huurder, gebaseerd op een advertentie op haar website waarin deze kosten vermeld stonden.

[gedaagde partij] betwistte dat Berkien daadwerkelijk tussen hem en de verhuurder had bemiddeld en stelde dat de verhuurder zelf de huurovereenkomst had opgesteld. De kantonrechter oordeelde dat Berkien niet de opdrachtgever van de huurder was, aangezien de verhuurder de woning via Berkien had aangeboden.

Op grond van artikel 7:264 lid 2 BW Pro is een beding dat een derde een niet redelijk voordeel oplevert nietig. Omdat de makelaarskosten aan Berkien ten goede zouden komen terwijl zij niet door de huurder was ingeschakeld, werd het beding als niet redelijk voordeel beoordeeld en nietig verklaard. Daarom werd de vordering afgewezen en moest Berkien de proceskosten dragen.

Uitkomst: De vordering tot betaling van makelaarskosten door de huurder wordt afgewezen wegens nietigheid van het beding.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector kanton
Locatie Nijmegen
zaakgegevens 701952 \ CV EXPL 10-6290 \ 157 tm
uitspraak van 26 november 2010
vonnis
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Berkien Onroerend Goed Assurantiën Lent B.V.
gevestigd te Lent
eisende partij
gemachtigde Direct Incasso
tegen
[gedaagde partij]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
procederend in persoon
Partijen worden hierna Berkien en [gedaagde partij] genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 6 augustus 2010
- het proces-verbaal van de comparitie van 25 oktober 2010.
2. De feiten
2.1 Berkien bemiddelt tussen verhuurders en aspirant-huurders. Berkien heeft geadverteerd op haar website ter zake van de woning aan [adres] (hierna: de woning). Daarin is ondermeer vermeld: “makelaarskosten huurder € 875,- en 19% b.t.w.”
2.2 [gedaagde partij], althans zijn partner mevrouw [X] (hierna: [X]), heeft Berkien benaderd en een afspraak gemaakt voor een bezichtiging van de woning.
2.3 [gedaagde partij] en [X] hebben de woning bezichtigd, waarna zij op 8 oktober 2009 met de verhuurder, de heer [Y] (hierna: [Y]), een huurovereenkomst hebben gesloten.
3. De vordering en het verweer
3.1 Berkien vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij] veroordeelt aan haar te betalen een bedrag van € 1.211,36, bestaande uit een hoofdsom van
€ 1.041,25, een bedrag van € 20,11 aan overeengekomen rente tot 27 juli 2010 en € 150,00 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.041,25 vanaf
de vervaldatum van de facturen tot de dag van algehele betaling en met de proceskosten.
3.2 Berkien baseert haar vordering op de vaststaande feiten en op de volgende, zakelijk weergegeven, stellingen. [gedaagde partij] heeft gereageerd op een advertentie op haar website met betrekking tot de woning. Zij heeft in opdracht van [gedaagde partij] bemiddeld in de totstandkoming van de huurovereenkomst tussen [gedaagde partij] als huurder en [Y] als verhuurder. [gedaagde partij] is gehouden de bemiddelingskosten, zoals deze staan vermeld in voornoemde advertentie, aan haar te voldoen. Ondanks aanmaningen en sommatie heeft [gedaagde partij] de factuur ten aanzien van deze bemiddelingskosten niet betaald. Daarom moet [gedaagde partij] haar ook de rente en de buitengerechtelijke kosten betalen.
3.3 [gedaagde partij] betwist dat Berkien heeft bemiddeld inzake de huurovereenkomst met [Y]. Hij stelt dat [Y] bij de bezichtiging aanwezig was en dat Berkien pas aan het einde van de bezichtiging verscheen. Daarnaast stelt hij dat [Y] zelf een huurovereenkomst heeft opgesteld, omdat Berkien daarmee in gebreke is gebleven. Berkien heeft weliswaar een concept-overeenkomst opgesteld, maar deze moest aangepast worden. [Y] heeft hiertoe opdracht gegeven, maar Berkien heeft daar niet aan voldaan.
Nu Berkien op geen enkele wijze heeft bemiddeld tussen huurder en verhuurder, is [gedaagde partij] niet bereid een vergoeding voor bemiddelingskosten te betalen.
4. De beoordeling
4.1 Berkien stelt tijdens de comparitie dat het gebruikelijk is in zijn branche dat de bemiddelingskosten door de huurder betaald moeten worden nadat de huurovereenkomst tot stand is gekomen. Berkien stelt tevens dat de bemiddelingskosten staan vermeld op haar website, zodat [gedaagde partij] daarvan kennis heeft kunnen nemen. Berkien betwist dat de huurovereenkomst buiten zijn bemiddeling om tot stand is gekomen.
De kantonrechter overweegt in dit verband het volgende.
4.2. Berkien heeft de woning te huur aangeboden door middel van plaatsing van een advertentie op haar website, waarop ook de betalingcondities staan vermeld, zoals het vergoeden van de “makelaarskosten” door de huurder.
Ingevolge artikel 7:264, lid 2 BW is een bij de totstandkoming van een huurovereenkomst gemaakt beding nietig, voorzover daarbij door een derde enig niet redelijk voordeel wordt overeengekomen. De vraag is of hier sprake is van een niet redelijk voordeel ten bate van Berkien. In dat verband is van belang wie de opdrachtgever van Berkien is.
De kantonrechter volgt de redenering van Berkien dat [gedaagde partij] haar opdrachtgever is niet, nu [Y] als verhuurder de woning te huur heeft aangeboden op de website van Berkien. Berkien is dus niet door [gedaagde partij] benaderd om voor hem een huurwoning te zoeken. Nu Berkien stelt met [gedaagde partij] te zijn overeengekomen dat de bemiddelingskosten voor rekening komen van [gedaagde partij], terwijl de verhuurder de opdrachtgever is, is de kantonrechter van oordeel dat de bemiddelingskosten Berkien een niet redelijk voordeel opleveren. Dit is in strijd met artikel 7:264, lid 2 BW. Gelet op het dwingende karakter van deze wetsbepaling, leidt dit tot nietigheid van het beding waarop Berkien haar vordering baseert, zodat de kantonrechter de vordering reeds daarom afwijst. De stelling van [gedaagde partij] dat hij geen kennis heeft genomen van de advertentie met betrekking tot de woning op de website van Berkien, behoeft dan ook niet besproken te worden.
4.3 Berkien wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.
De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af;
veroordeelt Berkien in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde partij] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2010.