ECLI:NL:RBARN:2010:BO7637
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering betaling borgtocht onder Duits recht ondanks beroep op Nederlandse dwingendrechtelijke bescherming
De zaak betreft een vordering van Deutsche Bank tegen een in Nederland wonende gedaagde die zich borg had gesteld voor de schulden van een Duitse vennootschap, CorTrial Med. Forschung GmbH, die failliet is verklaard. De borgtochtsovereenkomst is gesloten in Berlijn en beheerst door Duits recht.
De gedaagde stelde dat de borgtocht vernietigbaar was omdat zijn echtgenote niet had ingestemd, zoals vereist volgens Nederlandse dwingendrechtelijke bepalingen (artikel 1:88 en Pro 1:89 BW). De rechtbank overwoog dat deze bepalingen onder het internationale karakter van de zaak ook van toepassing zijn, maar dat de bank te goeder trouw was en geen onderzoeksplicht had naar buitenlandse toestemmingsvereisten.
De rechtbank verwierp het beroep op vernietiging en het subsidiaire verweer dat toewijzing van de vordering onaanvaardbaar zou zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, mede gelet op de beperkte vordering en omstandigheden van de gedaagde.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van €150.000 aan de bank en in de proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €150.000 aan de bank en in de proceskosten.