ECLI:NL:RBARN:2010:BO8165
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.P.N. Hermans
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- Rechtspraak.nl
Uitleg testament en erfgenaamschap bij ouderlijke boedelverdeling na hertrouwen
Deze zaak betreft de uitleg van het testament van erflaatster en de vraag wie als erfgenaam van haar nalatenschap geldt na haar hertrouwen. Eisers, kinderen van erflater, vorderen betaling op grond van onderbedeling uit de ouderlijke boedelverdeling en stellen dat zij de enige erfgenamen van erflaatster zijn. Gedaagde, de tweede echtgenoot van erflaatster, stelt zich op het standpunt dat hij als echtgenoot erfgenaam is.
De rechtbank stelt vast dat het testament van erflaatster is opgemaakt toen zij nog gehuwd was met erflater en dat de zinsnede “mijn echtgenoot” in het testament alleen erflater kan betreffen. De regels van plaatsvervulling zijn van toepassing, waardoor eisers als erfgenamen van hun overleden vader erfgenaam van erflaatster zijn geworden. De rechtbank wijst de vorderingen wegens onderbedeling af, omdat voldoende is aangetoond dat het vermogen uit het eigen vermogen van erflaatster afkomstig is en de eisers hun vorderingen onvoldoende hebben onderbouwd.
De rechtbank verklaart voor recht dat eisers de testamentaire erfgenamen van erflaatster zijn krachtens plaatsvervulling en compenseert de proceskosten tussen partijen. De subsidiaire vorderingen worden niet behandeld omdat de primaire vordering slaagt.
Uitkomst: Rechtbank verklaart eisers als plaatsvervangende erfgenamen van erflaatster en wijst vorderingen wegens onderbedeling af.