ECLI:NL:RBARN:2010:BP2129
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing adoptieverzoek voormalige levensgezel ondanks beëindigde samenleving
De voormalige levensgezel van de moeder verzocht de rechtbank Arnhem om adoptie van de minderjarige kinderen uit te spreken en om gezamenlijk gezag met de moeder te verkrijgen. Hoewel niet aan het samenlevingsvereiste van artikel 1:227 lid 2 BW Pro werd voldaan omdat de samenleving meer dan zes jaar was beëindigd, oordeelde de rechtbank dat in het belang van de minderjarigen hiervan kon worden afgeweken.
De moeder en verzoekster verzorgden de kinderen in een co-ouderschapsregeling waarbij de kinderen afwisselend bij beiden verbleven. De rechtbank stelde vast dat de bestendigheid van de opvoedingssituatie aanwezig was en dat de adoptie in het belang van de kinderen was. Ook stemde de biologische zaaddonor in met het adoptieverzoek en werd redelijkerwijs voorzien dat de kinderen niets meer van hem te verwachten hadden.
De rechtbank wees het verzoek tot gezamenlijk gezag af, maar gaf aan dat verzoekster en moeder na onherroepelijkheid van de beschikking gezamenlijk het gezag kunnen laten aantekenen. De adoptie werd uitgesproken, waarmee een gelijke familierechtelijke betrekking tussen verzoekster en de minderjarigen werd bewerkstelligd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek toe maar wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag af.