ECLI:NL:RBARN:2010:BQ1936
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling leerplicht geweigerd wegens onvoldoende richtingbezwaar bij thuisonderwijs
De kantonrechter van de rechtbank Arnhem behandelde op 10 september 2010 een zaak waarin verdachte werd verdacht van overtreding van artikel 2 lid 1 van Pro de Leerplichtwet 1969. Verdachte had zijn minderjarige kind niet ingeschreven op een school, maar gaf aan dat thuisonderwijs werd gegeven dat aansloot bij de ontwikkeling en behoeften van het kind.
De ouders beriepen zich op een vrijstelling op grond van artikel 5 aanhef Pro en onder b van de Leerplichtwet, omdat zij overwegende bedenkingen hadden tegen de richting van de binnen redelijke afstand gelegen christelijke speciaalonderwijs scholen. De kantonrechter oordeelde dat de bezwaren van de ouders niet de richting van het onderwijs betroffen, maar slechts accenten in de praktijk van de onderwijsuitvoering. Dit voldeed niet aan de vereisten voor vrijstelling.
De officier van justitie had gevorderd dat verdachte schuldig werd verklaard zonder strafoplegging, maar de kantonrechter veroordeelde verdachte tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 200,- met een proeftijd van twee jaar. Verdachte werd strafbaar verklaard wegens het niet voldoen aan de inschrijvingsplicht, maar de sanctie werd gematigd vanwege het feit dat het kind sinds maart 2010 thuisonderwijs kreeg en verdachte niet eerder was veroordeeld.
De beslissing werd genomen op basis van diverse dossierstukken, waaronder brieven van de ouders, rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en jurisprudentie over het begrip richting in de Leerplichtwet.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 200,- wegens overtreding van de Leerplichtwet.