ECLI:NL:RBARN:2010:BR4708
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorschottoekenning WW-uitkering bij lopend bezwaar tegen ontslag
Belanghebbende had een WW-uitkering aangevraagd na een ontslag per 13 februari 2008. Verweerder weigerde aanvankelijk de uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, maar kende later een voorschot toe vanaf 3 april 2008, mede vanwege het lopende bezwaar tegen het ontslag.
Eiser, de gemeente Zevenaar, stelde dat belanghebbende verwijtbaar werkloos was geworden en betwistte de toekenning van het voorschot. De rechtbank oordeelde echter dat het ontslag onterecht was opgelegd omdat geen sprake was van plichtsverzuim, waardoor de arbeidsovereenkomst niet was geëindigd per 13 februari 2008.
Gezien deze situatie kon niet worden gezegd dat belanghebbende verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank achtte de toekenning van het voorschot door verweerder dan ook redelijk en verklaarde het beroep van de gemeente ongegrond.
De procedure werd gevoerd bij de rechtbank Arnhem, sector bestuursrecht, waarbij de gemeente werd vertegenwoordigd door mr. L.S. van Loon en verweerder door L. Smid. Belanghebbende was partij ex artikel 8:26 Awb Pro en verscheen in persoon.
De uitspraak werd gedaan op 7 december 2010 en is openbaar. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente tegen het voorschot op de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.