ECLI:NL:RBARN:2011:BO9633
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak tandarts wegens ontbreken ontuchtige handelingen bij medisch onderzoek
De verdachte, een tandarts, werd beschuldigd van het ontuchtig betasten van de borsten van zijn patiënte tijdens een medisch onderzoek in juni 2008 te Nijmegen. De officier van justitie stelde dat verdachte zonder toestemming handelingen van seksuele aard had verricht, wat strafbaar is volgens artikel 246 en Pro 249 van het Wetboek van Strafrecht.
Tijdens de terechtzitting op 21 december 2010 ontkende verdachte de ontuchtige aard van zijn handelingen. Hij verklaarde dat het aanraken van de borsten noodzakelijk was om onderliggende spieren te palperen in het kader van een gespecialiseerd onderzoek naar klachten van de patiënte. De patiënte had volgens hem impliciet toestemming gegeven door te verwijzen naar pijn onder haar borsten.
De rechtbank oordeelde dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak dat de handelingen van seksuele aard waren. Het aanraken werd gezien als medisch handelen en niet als ontuchtig. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen.