ECLI:NL:RBARN:2011:BP5624
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Garageboxen als aanhorigheid van eigen woning voor inkomstenbelasting
Eiser bezit zes garageboxen nabij zijn woonhuis en heeft deze als onderdeel van zijn eigen woning opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting 2007. Verweerder rekende deze boxen echter tot het vermogen in box 3, wat leidde tot een hogere belastingaanslag. De rechtbank toetste aan de criteria uit het arrest van de Hoge Raad van 1993 of de garageboxen als aanhorigheden van de woning konden worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat de garageboxen deel uitmaken van een wooncomplex, gebouwd met dezelfde steensoort als de woningen, en dat zij dichtbij en snel bereikbaar zijn vanaf het woonhuis. Tevens zijn drie boxen aangesloten op de elektriciteit van de woning. De boxen worden gebruikt voor stalling van auto's, onderhoud en opslag, wat dienstbaar is aan het woonhuis.
De rechtbank concludeerde dat aan alle drie de voorwaarden voor aanhorigheid is voldaan: de garageboxen horen bij de woning, zijn in gebruik bij de bewoners, en zijn dienstbaar aan het woonhuis. Hierdoor behoren de boxen tot de eigen woning in de zin van artikel 3.111 Wet IB 2001. De aanslag werd verminderd en de heffingsrente aangepast. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de garageboxen als aanhorigheden onderdeel uitmaken van de eigen woning en vermindert de aanslag inkomstenbelasting dienovereenkomstig.