ECLI:NL:RBARN:2011:BP8977
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.M. Smit
- A.I. van Amsterdam
- M.J.A. Castelijn
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 31 Wet OB op ABCD-transactie verhuurde sportcentra
In deze zaak staat de toepassing van artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 centraal bij de overdracht van twee verhuurde sportcentra via een ABCD-transactie op één dag. Partijen A tot en met D zijn betrokken bij opeenvolgende leveringen, waarbij de verhuur ononderbroken wordt voortgezet. De vraag is of aan het voortzettingsvereiste van artikel 31 Wet Pro OB is voldaan, waardoor geen levering in de zin van de wet plaatsvindt.
De rechtbank stelt vast dat de sportcentra een 7-2-b-onderneming vormen en dat de overdracht een algemeenheid van goederen betreft die voorafgaand door één ondernemer werd geëxploiteerd en daarna door een andere ondernemer wordt voortgezet. De tussenliggende partijen B en C hebben de onderneming niet geëxploiteerd, maar dit doet niet af aan de toepassing van artikel 31 Wet Pro OB, mede omdat de transactie op één dag plaatsvond zonder onderbreking van de exploitatie.
Gelet op het arrest van het Hof van Justitie EU in zaak [J] en het arrest van de Hoge Raad van 5 maart 2010, oordeelt de rechtbank dat artikel 31 Wet Pro OB van toepassing is. Dit leidt tot vermindering van de naheffingsaanslag tot €7.460 en een verlaging van de boete tot €1.865. De verzuimboete vervalt omdat de correctie op de bemiddelingsprovisie onterecht was. De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tevens in de proceskosten en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €7.460 en de boete tot €1.865 wegens toepassing van artikel 31 Wet OB op de ABCD-transactie.