ECLI:NL:RBARN:2011:BP9072
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Contante waarde alimentatieverplichting als schuld in box 3 bij belastingaanslag
Eiser had bezwaar gemaakt tegen een belastingaanslag over 2007 omdat bij de aangifte de contante waarde van zijn alimentatieverplichting aan zijn voormalige echtgenote niet als schuld in box 3 was meegenomen. De Belastingdienst had dit bezwaar afgewezen. De rechtbank Arnhem stelde vast dat de alimentatieverplichting economische waarde heeft en dat artikel 5.3 lid 3 van de Wet IB 2001 schulden met economische waarde als aftrekbare schuld in box 3 erkent.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 11 februari 2011, waarin bevestigd werd dat alimentatieverplichtingen als schuld kunnen worden aangemerkt. De rechtbank constateerde dat de Wet IB 2001 geen uitzondering bevat die deze verplichtingen buiten aanmerking laat. Omdat de rechtbank niet over voldoende gegevens beschikte om de contante waarde te berekenen, verwees zij de zaak terug naar de Belastingdienst met de opdracht dit in overleg met eiser te doen, met toepassing van artikel 19 van Pro het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en beval vergoeding van het betaalde griffierecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen kosten waren gesteld of bewezen. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op de alimentatieverplichting als schuld in box 3 mee te nemen.