ECLI:NL:RBARN:2011:BP9265

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
18 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/4373
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:83 AwbArt. 6.1 lid 2 sub a Wabo
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling bij intrekking voorlopige voorziening omgevingsvergunning kap bomen

Verzoekers dienden een verzoek om voorlopige voorziening in tegen het besluit van de gemeente Beuningen om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van meerdere bomen op locatie Wilgenoord. De gemeente gaf aan de vergunning niet te zullen gebruiken totdat een beroep tegen het bestemmingsplan Wilgenoord bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State was behandeld.

Naar aanleiding hiervan trokken verzoekers hun verzoek om voorlopige voorziening in en verzochten om proceskostenveroordeling van de gemeente. De rechtbank overwoog dat de gemeente geen nieuwe toezegging had gedaan en dat de eerdere toezegging niet duidelijk betrekking had op de kap van bomen. Tevens had verzoekers voldoende gelegenheid gehad om overleg te voeren met de gemeente.

De rechtbank concludeerde dat geen aanleiding bestond de gemeente te veroordelen in de proceskosten en bepaalde wel dat het griffierecht aan verzoekers werd gerestitueerd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel op 18 maart 2011 en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen en het griffierecht wordt aan verzoekers gerestitueerd.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht
registratienummer: AWB 10/4373
Uitspraak ingevolge artikel 8:84, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 18 maart 2011.
inzake
[Verzoekers], verzoekers,
wonende te [woonplaats], vertegenwoordigd door mr. S.J.M. Jaasma,
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen, verweerder.
1. Inleiding
Bij schrijven van 3 december 2010 hebben verzoekers een verzoek om voorlopige voorziening ingediend in verband met het besluit van verweerder van 30 november 2010, waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van meerdere bomen op de locatie Wilgenoord te Beuningen.
Bij fax van 6 december 2010 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld, dat hij geen gebruik maakt van de omgevingsvergunning, totdat op 2 februari 2011 bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) het beroep dient tegen het bestemmingsplan Wilgenoord.
Naar aanleiding daarvan hebben verzoekers bij schrijven van 7 december 2010 het verzoek ingetrokken. Daarbij is verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
Vervolgens heeft de rechtbank bij schrijven van 13 december 2010 verweerder in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren.
Van deze gelegenheid heeft verweerder gebruik gemaakt.
2. Overwegingen
Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in Pro de proceskosten veroordelen.
Ingevolge artikel 8:84, vierde lid, van de Awb is artikel 8:75a van die wet van overeenkomstige toepassing op de voorlopige voorzieningenprocedure.
Op voet van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, omdat het verzoek - hier: het verzoek om een proceskostenveroordeling – kennelijk ongegrond is. De in deze bepalingen bedoelde situatie doet zich hier voor.
In het verzoek om voorlopige voorziening wordt betoogd dat de gemeente tijdens de behandeling bij de Voorzitter van de Afdeling van een verzoek om voorlopige voorziening in verband met het bestemmingsplan Wilgenoord, heeft toegezegd dat geen onomkeerbare handelingen zullen worden verricht totdat uitspraak zal zijn gedaan in de bodemprocedure in die zaak. Kennelijk hebben verzoekers alsook verweerder deze toezegging opgevat als zich ook uitstrekkend over de voorgenomen kap van bomen, zodat verweerder met de fax van 6 december 2010 geen nieuwe of andere toezegging heeft gedaan, als hij al had gedaan ten tijde van het indienen van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in deze zaak. Daarom is niet aan het verzoek van verzoekers tegemoetgekomen, als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb en bestaat geen aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoekers. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat verzoekers tijd hadden om met verweerder ter zake in overleg te treden voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ter zake van de bomen zou worden ingediend. De litigieuze omgevingsvergunning is immers weliswaar verleend op 30 november 2010 doch treedt krachtens artikel 6.1., tweede lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht eerst in werking met ingang van de dag na afloop van de bezwaartermijn van zes weken.
Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat de griffier het griffierecht aan verzoekers restitueert.
Beslist wordt als volgt.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter:
I. wijst het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen af;
II. bepaalt dat de griffier het griffierecht van € 150 aan verzoekers restitueert.
Aldus gegeven door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.J. Litjens, griffier.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2011.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Verzonden op: 18 maart 2011.