ECLI:NL:RBARN:2011:BP9457
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht gerechtsdeurwaarder bij gedwongen ontruiming woning niet geschonden
De rechtbank Arnhem behandelde een civiele zaak over de zorgplicht van een gerechtsdeurwaarder bij de gedwongen ontruiming van een woning. Eisers vorderden dat de deurwaarder aansprakelijk werd gesteld voor schade aan hun inboedel, omdat de ontruiming onzorgvuldig zou zijn uitgevoerd. De feitelijke ontruiming werd verricht door medewerkers van een derde partij, die door de deurwaarder was ingeschakeld.
De rechtbank oordeelde dat er geen directe overeenkomst bestond tussen eisers en de deurwaarder met betrekking tot de ontruiming, maar dat de deurwaarder wel een zorgplicht had aangenomen door de inboedel in containers te laten plaatsen in plaats van op de openbare weg. Deze zorgplicht eindigde op het moment dat de inboedel in de containers was geplaatst en overgedragen aan het opslagbedrijf.
Verschillende getuigenverklaringen werden gehoord over de wijze van ontruiming. Hoewel één getuige de werkzaamheden als snel en onervaren omschreef, waren de overige getuigen van mening dat de ontruiming zorgvuldig was verlopen. Er was geen bewijs dat schade aan de inboedel tijdens de ontruiming was ontstaan. Beschadigingen aan laminaat en vloerbedekking werden toegeschreven aan de aard van de werkzaamheden en niet aan onzorgvuldig handelen.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde eisers in de proceskosten. Ook de vrijwaringsvordering van de deurwaarder tegen de derde partij werd afgewezen. Het vonnis werd uitgesproken door mr. O. Nijhuis op 2 februari 2011.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldige ontruiming en zorgplicht eindigde na plaatsing in containers.