ECLI:NL:RBARN:2011:BP9752
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak karateleraar wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige leerlingen
De rechtbank Arnhem behandelde de zaak tegen een 19-jarige karateleraar die werd beschuldigd van ontucht met twee minderjarige leerlingen van 11 jaar. De tenlastelegging betrof het betasten van de meisjes aan hun billen en/of schaamstreek tijdens karate-lessen in Ede.
Tijdens de terechtzitting op 17 maart 2011 ontkende verdachte de feiten. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast vooral rustte op de verklaringen van de meisjes, die onderling tegenstrijdig waren, met name over de locatie van het vermeende misbruik. Er waren geen getuigen aanwezig bij de incidenten, waardoor het bewijs voornamelijk bestond uit één-op-één verklaringen.
De rechtbank vond dat de verklaringen onvoldoende betrouwbaar waren om tot een bewezenverklaring te komen. Ook de aangifte en verklaringen van familieleden boden geen voldoende steunbewijs. Daarnaast was er twijfel over mogelijke beïnvloeding van de aangifte door een van de slachtoffers. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten en verklaarde de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van ontucht wegens onvoldoende bewijs.