ECLI:NL:RBARN:2011:BP9990

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
4 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
203120
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling energierekening en geschil over berekend gasverbruik na faillissement

Essent Retail Energie B.V. leverde gas aan een adres waar eerst Wonepoly B.V. gevestigd was, welke failliet werd verklaard. De eindstand van het gasverbruik van Wonepoly B.V. werd niet door de curator aan Essent doorgegeven, waardoor de netbeheerder het verbruik voor de periode van 23 oktober 2008 tot 11 december 2008 berekende op basis van een geschatte meterstand.

Gedaagde, die het pand na faillissement betrok en directeur was van Wonepoly B.V., betwistte de hoogte van deze berekening en stelde dat het verbruik onverklaarbaar hoog was. Essent vorderde betaling van € 11.456,73 plus rente en incassokosten wegens niet-betaling van voorschotnota’s en een herziene jaarafrekening.

De rechtbank oordeelde dat het contractuele systeem en de algemene voorwaarden tussen partijen bepalen dat de gebruiker verantwoordelijk is voor het tijdig doorgeven van meterstanden en dat de netbeheerder bij ontbreken van reële gegevens het verbruik mag berekenen. De verantwoordelijkheid lag bij de curator en gedaagde. Het feit dat de meterstanden niet bij Essent terechtkwamen, maakte toepassing van het contract niet onaanvaardbaar. De vordering van Essent werd daarom toegewezen, inclusief incassokosten en proceskosten.

Het vonnis werd gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en op 23 maart 2011 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 11.456,73 plus rente en kosten aan Essent.

Uitspraak

Vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 203120 / HA ZA 10-1401
Vonnis van 23 maart 2011
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ESSENT RETAIL ENERGIE B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eiseres,
advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,
tegen
[gedaagde],
handelend onder de naam [gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. C.J. van Dijk te Ede.
Partijen zullen hierna Essent en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 december 2010
- het proces-verbaal van comparitie van 11 maart 2011.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Essent heeft onder haar algemene voorwaarden gas/electriciteit/warmte geleverd aan [gedaagde] ten behoeve van [adres] te [woonplaats], gemeente [woonplaats].
2.2. Het gebruik door [gedaagde] volgde op genoemd adres op dat van Wonepoly B.V., waarvan [gedaagde] directeur was. Deze vennootschap is failliet verklaard.
2.3. De eindstand van de gasmeter aan [adres] te [woonplaats] is ondanks herhaalde verzoeken van Essent niet door de curator aan haar doorgegeven. [gedaagde] heeft deze eindstand doorgegeven aan de curator.
2.4. De eindstand van het gebruik van gas door de gefailleerde vennootschap Wonepoly B.V. is gelijk aan de beginstand voor het gebruik van [gedaagde] op 23 oktober 2008.
2.5. Ten gevolge van het ontbreken van een opgegeven eindstand heeft de netbeheerder, die bepaalt volgens welke meterstand Essent haar afnemers factureert, voor de periode 23 oktober 2008 tot 11 december 2008 met een zogenaamde berekende stand gewerkt. Voor het restant van de verbruiksperiode door [gedaagde] is steeds gewerkt aan de hand van ‘harde’ meterstanden.
3. Het geschil
3.1. Essent vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van aan haar van € 11.456,73, vermeerderd met rente en kosten, waaronder € 952,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Zij stelt dat [gedaagde] tekortgeschoten is in het voldoen van een aantal voorschotnota’s en een – herziene – jaarafrekening, die hem gezonden zijn in de periode van 8 februari 2009 tot en met 14 oktober 2009.
3.2. [gedaagde] voert verweer. Het geschil spitst zich toe op zijn stelling dat het geschatte, door de netbeheerder berekende, verbruik aan gas over de periode 23 oktober 2008 tot en met 11 december 2008 niet kan kloppen. Het beloopt een onverklaarbaar veelvoud van het gasverbruik in de overige, aan de hand van de reële meterstanden in rekening gebrachte periodes.
3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Betwist wordt de vordering voor zover zij het gasverbruik betreft in de periode waarover dat door de netbeheerder berekend is. Dit heeft consequenties voor andere onderdelen van de vordering, maar het geschil ligt in de facturatie over deze periode.
4.2. Van de kant van [gedaagde] wordt in wezen betoogd dat onverkorte toepassing van het contract, dat voorziet in berekening door de netbeheerder in het geval dat de reële meterstanden niet zijn vastgesteld, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is voor zover het de periode 23 oktober 2008-11 december 2008 betreft.
4.3. De rechtbank deelt deze mening van [gedaagde] niet. Het systeem van contract en algemene voorwaarden dat tussen partijen onweersproken geldt, houdt onder meer in dat eindstand en beginstand in een situatie als de onderhavige gelijk zijn, dat de gebruiker verantwoordelijk is voor het doorgeven van de meterstanden en dat de netbeheerder bij ontbreken van reële gegevens het verbruik mag berekenen.
4.4. In dat systeem ligt de verantwoordelijkheid voor het juist en tijdig doorgeven van de meterstand bij de opvolgende gebruikers. Dat zijn in dit geval de curator in het faillissement van Wonepoly B.V. en [gedaagde] zelf. Wanneer de meterstanden vervolgens niet bij Essent terechtkomen, is dat geen feit dat onverkorte toepassing van het contract naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maakt. Dat [gedaagde] de meterstanden aan de curator zou hebben gegeven en niet zelf zou hebben gehouden en dat, zoals hij stelt, al vóór het faillissement van de vennootschap een geschil over de gasmeterstanden bestond, maakt dit niet anders.
4.5. Met de verwerping van het verweer ligt de vordering van Essent voor wat de hoofdsom betreft voor toewijzing gereed.
4.6. Tegen de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is een beroep gedaan op de beperkende werking van de eisen van redelijkheid en billijkheid. Nu gesteld is dat deze kosten zijn gemaakt en daarvan genoegzaam gebleken is, ziet de rechtbank geen grond voor vermindering of afwijzing van het gevorderde bedrag aanwezig.
4.7. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Essent worden begroot op:
- dagvaarding € 73,89
- griffierecht 317,00
- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)
Totaal € 1.294,89
5. De beslissing
De rechtbank
5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Essent te betalen een bedrag van € 11.456,73 (elfduizendvierhonderdzesenvijftig euro en drieënzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de facturen waarvan betaling is gevorderd, tot de dag van volledige betaling,
5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Essent tot op heden begroot op € 1.294,89,
5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan Essent te betalen een bedrag van € 952,00 ter vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten,
5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2011.