ECLI:NL:RBARN:2011:BQ0118
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Groverman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling monumentenvergunning herinrichting interieur kerkelijk rijksmonument Maartenskerk Doorn
De Vereniging tot behoud interieur Maartenskerk Doorn (eiseres) maakte bezwaar tegen de verleende monumentenvergunning voor de herinrichting van het interieur van de Maartenskerk, een kerkelijk rijksmonument te Doorn. De vergunning werd verleend aan de Protestantse Gemeente Doorn (PGD) en omvatte onder meer het verplaatsen van het orgel en het verwijderen en herschikken van kerkbanken.
Eiseres voerde aan dat de wijzigingen onherstelbare schade aan het monument zouden veroorzaken en dat de liturgische opvattingen van de PGD niet relevant waren. De rechtbank oordeelde dat de veranderingen voortvloeien uit veranderende liturgische opvattingen van de PGD, die als wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening dienen te worden gerespecteerd conform artikel 18 van Pro de Monumentenwet 1988.
De rechtbank stelde vast dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig was gemaakt, mede op basis van positieve deskundigenadviezen en voorschriften omtrent documentatie en opslag van verwijderde elementen. Er was geen sprake van onomkeerbare ingrepen of schending van artikel 11 van Pro de Monumentenwet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met uitzondering van het beroep tegen het besluit van 2 december 2009 dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Verweerder werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de monumentenvergunning voor de herinrichting van het interieur van de Maartenskerk wordt ongegrond verklaard.