ECLI:NL:RBARN:2011:BQ0436
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen wegens onvoldoende bewijs contante storting als belastbaar inkomen
Eiser, een autohandelaar en vastgoedhandelaar, kreeg navorderingsaanslagen IB/PVV en premie WAZ opgelegd over 2002 vanwege een contante storting van €650.000 op zijn bankrekening. Verweerder stelde dat deze storting niet afkomstig was van de beweerde koper [G], die niet traceerbaar bleek, maar uit de autohandel kwam en derhalve belastbaar inkomen vormde.
De rechtbank oordeelde dat het boekenonderzoek uit 2005 geen onderzoek naar de identiteit van de koper omvatte en dat het onderzoek naar de herkomst van het geld een nieuw feit vormde. De bewijslast rustte op verweerder om aannemelijk te maken dat het bedrag niet van de koper afkomstig was. Hoewel [G] niet officieel kon worden bevestigd, waren er getuigenverklaringen die aannemelijk maakten dat iemand zich als [G] voordeed en het hotel kocht.
Verweerder slaagde er niet in andere bronnen van het bedrag aannemelijk te maken en kon niet bewijzen dat de storting uit de autohandel kwam. Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, de navorderingsaanslagen en boetebeschikking voor 2002 vernietigd, en verweerder veroordeeld in de proceskosten. Het beroep tegen de aanslag 2003 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen, boetebeschikking en heffingsrente over 2002 worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de contante storting belastbaar inkomen vormde.