ECLI:NL:RBARN:2011:BQ0704
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid tweede proeftijd bij opvolgende arbeidsovereenkomst
Eiseres was aanvankelijk werkzaam als verkoopster op oproepbasis met een proeftijd van één maand. Vervolgens trad zij in dienst als filiaalleidster met een nieuwe arbeidsovereenkomst en een proeftijd van twee maanden. Na beëindiging van deze tweede overeenkomst stelde eiseres dat de tweede proeftijd niet geldig was omdat de maximale proeftijd van twee maanden was overschreden.
De rechtbank overwoog dat de tweede functie wezenlijk andere vaardigheden en verantwoordelijkheden vereiste dan de eerste, waardoor een nieuwe proeftijd gerechtvaardigd was. Dit volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad. De arbeidsovereenkomst werd binnen de proeftijd beëindigd, waardoor geen ontslagvergunning nodig was.
De vorderingen van eiseres tot betaling van loon en andere vergoedingen werden afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een nieuwe proeftijd mogelijk is bij een opvolgende arbeidsovereenkomst met een wezenlijk andere functie.
Uitkomst: De tweede proeftijd van twee maanden is geldig verklaard en de vorderingen van eiseres zijn afgewezen.