ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1274
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden en verdeling vermogen na echtscheiding
Partijen waren gehuwd op huwelijkse voorwaarden van 21 december 1995 tot 27 juli 2010. Na ontbinding van het huwelijk ontstond een geschil over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, waarbij diverse vermogensbestanddelen, verrekening van huishoudelijke kosten en de waarde van de echtelijke woning centraal stonden.
De rechtbank oordeelde dat grafrechten en de caravan tot het privévermogen van de man behoren, en wees de verzoeken van de vrouw tot vergoeding hiervan af. De vakantiewoning in Frankrijk werd eveneens als privévermogen van de man aangemerkt, zonder verrekening van overwaarde. De waarde van de echtelijke woning moest nader worden vastgesteld door een deskundige, omdat partijen het niet eens konden worden over de waarde.
Verder werd geoordeeld dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat zij bij aanvang van het huwelijk een spaargeldvermogen had van NLG 70.000,-- en dat verrekening van huishoudelijke kosten alleen mogelijk is voor de periode 2007-2009. De rechtbank stelde partijen in de gelegenheid bewijs te leveren over investeringen, kosten en vermogen. Pensioenverevening werd bevestigd volgens de huwelijkse voorwaarden, en de man kreeg recht op nominale vergoeding voor investeringen in de woning.
De rechtbank hield de beslissing aan voor nadere bewijslevering en benoeming van een taxateur voor de woningwaardering.
Uitkomst: De rechtbank wijst verzoeken toe voor verklaring privévermogen van de man en stelt bewijslevering en taxatie van woningwaardering in het kader van verrekening huishoudelijke kosten en investeringen.