ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1310
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I. de Waal-van Wessem
- Rechtspraak.nl
Vader niet-ontvankelijk in verzoek tot omgangsregeling wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
Tijdens een prille en knipperlichtrelatie tussen de ouders is de moeder ongepland zwanger geraakt. De vader was bij enkele verloskundige bezoeken en de geboorte aanwezig, maar heeft de minderjarige niet erkend en had daarna sporadisch contact, alleen wanneer de moeder met het kind bij hem langskwam.
De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen, stellende dat hij alles had geregeld om het kind bij hem te laten verblijven. De moeder voerde verweer en stelde dat er geen nauwe persoonlijke betrekking of family life tussen vader en kind bestond, en verzocht de vader niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank overwoog dat op grond van vaste jurisprudentie een verzoek tot omgangsregeling door een niet-erkende vader alleen ontvankelijk is indien bijkomende omstandigheden worden gesteld waaruit een nauwe persoonlijke betrekking blijkt. Gelet op de korte relatie, het beperkte contact voor en na de geboorte, en het ontbreken van erkenning, concludeerde de rechtbank dat deze omstandigheden ontbraken.
Daarom werd de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling. De moeder oefent het gezag uit en partijen hebben nooit samengewoond. Het contact tussen vader en kind was na de geboorte minimaal en een duurzame band ontbrak.
De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter I. de Waal-van Wessem op 8 februari 2011.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking met de minderjarige.