ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1812
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke ontbinding koopovereenkomst wegens restverontreiniging bodem
Op 30 juni 1999 sloten partijen een koopovereenkomst voor een woning met grond, onder voorwaarde dat de bodem vrij van schadelijke stoffen zou zijn. Na sanering bleek er een restverontreiniging onder het woonhuis achter te blijven, die niet verwijderd kon worden vanwege civieltechnische beperkingen. De Provincie Gelderland stuurde een brief waarin werd geconcludeerd dat de sanering volgens plan was uitgevoerd, maar dat restverontreiniging aanwezig bleef.
Eisers vorderden in conventie dat deze brief als 'schone grondverklaring' moest worden beschouwd, wat werd afgewezen. Het verjaringsverweer faalde omdat de verjaringstermijn pas begon te lopen na ontvangst van de brief in 2005. In reconventie stelden gedaagden dat zij de koopovereenkomst partieel mochten ontbinden wegens tekortkoming in de saneringsverplichting en vorderden zij een verklaring voor recht dat zij dat rechtmatig hadden gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de brief geen schone grondverklaring was en dat de restverontreiniging een tekortkoming vormde die recht gaf op partiële ontbinding. De waardevermindering werd vastgesteld op €80.000, maar de waarde moest worden bepaald op het moment van overdracht in 1999. Daarom wordt een deskundige benoemd om hierover te rapporteren. Alle beslissingen werden aangehouden in afwachting van het deskundigenbericht.
Uitkomst: Gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst wegens restverontreiniging wordt toegewezen en zaak verwezen voor deskundigenbericht over waardevermindering.