ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1835
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Anesthesioloog geen recht op 30%-regeling wegens ontbreken dienstbetrekking
Eiser, een anesthesioloog, was vanaf 6 december 2006 maat in een maatschap en had daarnaast arbeidsovereenkomsten met [C] B.V. en [D]. Hij verzocht om toepassing van de 30%-regeling voor zijn werkzaamheden bij [C] B.V., maar verweerder stelde dat hij geen werknemer was in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964.
De rechtbank concludeerde dat de arbeidsovereenkomst tussen eiser en [C] B.V. geen reële betekenis had, omdat alle werkzaamheden feitelijk voor de maatschap werden verricht en de salariskosten volledig aan de maatschap werden doorbelast. Eiser genoot een winstaandeel dat afhankelijk was van het aantal gewerkte uren, wat duidt op winst uit onderneming in plaats van loon uit dienstbetrekking.
Het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalde, mede omdat hij niet alle relevante informatie had verstrekt bij de aanvraag van de 30%-regeling en onvoldoende vergelijkbare gevallen had aangewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en handhaafde de aanslag en heffingsrente zoals vastgesteld bij de beschikking van 27 december 2010.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser vanwege de tijdens mediation gesloten vaststellingsovereenkomst. Het hoger beroep kan binnen zes weken worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Eiser heeft geen recht op de 30%-regeling omdat hij geen werknemer is; aanslag wordt gehandhaafd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.