ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3000
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken bewijs overeenkomst verdeling kosten maatschap
In deze civiele procedure stond centraal of een passage uit een brief van de boekhouder, opgesteld als verslag van een bespreking tussen partijen, als bindende overeenkomst kon worden aangemerkt. Eiser stelde dat partijen het eens waren geworden over een verdeelsleutel voor kosten binnen hun maatschap, vastgelegd in deze brief van 30 juni 2006.
De rechtbank onderzocht de verklaringen van getuigen en partijen, waarbij vooral de rol van de boekhouder als verslaggever en de reacties van partijen op het verslag centraal stonden. Hoewel vaststond dat de bespreking had plaatsgevonden en de brief een voorstel bevatte, was onduidelijk of er daadwerkelijk overeenstemming bestond over de directe werking van de verdeelsleutel. Gedaagde ontkende dat sprake was van een bindende afspraak en gaf aan niet te hebben gereageerd op de brief omdat hij het voorstel niet als definitief zag.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet in zijn bewijs was geslaagd dat de passage uit de brief als overeenkomst gold. Hierdoor kon gedaagde niet worden veroordeeld tot nakoming. De vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vorderingen afgewezen wegens ontbreken bewijs van bindende overeenkomst over kostenverdeling.