ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3132
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Curator vordert aansprakelijkheid bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en paulianeuze betalingen
De curator in het faillissement van Prestige Producties vordert dat de bestuurders worden veroordeeld wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur op grond van artikel 2:248 BW Pro, onrechtmatig handelen en aansprakelijkheid voor schade. Tevens stelt hij dat betalingen aan bestuurders en aan een consultancybedrijf paulianeus zijn vernietigd en eist terugbetaling.
De rechtbank stelt vast dat de jaarrekening over 2007 niet tijdig openbaar is gemaakt, wat een vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur oplevert. Dit vermoeden wordt echter door de bestuurders weerlegd met feiten over de organisatie van drie beurzen, de financiële situatie en investeringen. De rechtbank oordeelt dat het verlies en de investeringen niet zonder meer wijzen op onbehoorlijk bestuur en dat de curator onvoldoende feitelijke onderbouwing levert om het vermoeden te handhaven.
De vorderingen op grond van onrechtmatig handelen worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan bewijs dat bestuurders wisten of behoorden te weten dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen kon voldoen. Voor de paulianeuze betalingen wordt het bewijs van de bestuurders verlangd dat het ging om voldoening van opeisbare schulden. De rechtbank staat hen toe tegenbewijs te leveren en wijst verdere beslissing aan.
De procedure wordt voortgezet met bewijslevering door de bestuurders, waaronder het horen van getuigen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en onrechtmatig handelen af, en draagt bewijslevering op voor de paulianeuze betalingen.