ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3913
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cessie toekomstige vordering wegens onbekende schuldenaar
In deze civiele zaak stond de rechtsgeldigheid van een cessie van toekomstige vorderingen centraal. Lindorff had een akte van cessie opgesteld om toekomstige vorderingen van T-Mobile op klanten over te dragen, waaronder die van de gedaagde partij. De cessie was echter opgemaakt voordat de gedaagde partij als schuldenaar bekend was.
De rechtbank overwoog dat voor een rechtsgeldige cessie van vorderingen op naam een akte vereist is en mededeling aan de schuldenaar. Omdat de schuldenaar ten tijde van de cessie nog niet bekend was, kon de cessie niet rechtsgeldig zijn. Hierdoor was geen vorderingsrecht ontstaan jegens de gedaagde partij.
Lindorff stelde zich op het standpunt dat de cessie rechtsgeldig was op grond van artikelen 3:94 lid 1 en 3:97 BW en dat de overdracht ook toekomstige vorderingen omvatte. De rechtbank verwierp dit en stelde dat cessie van toekomstige vorderingen beperkt is tot gevallen waarin de schuldenaar bekend is bij het opmaken van de akte.
De vordering van Lindorff werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de strikte voorwaarden voor cessie van toekomstige vorderingen en benadrukt het belang van bekendheid van de schuldenaar bij het sluiten van de cessie.
Uitkomst: De vordering van Lindorff wordt afgewezen wegens niet-rechtsgeldige cessie van toekomstige vordering.