ECLI:NL:RBARN:2011:BQ4005
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontruiming bedrijfsruimte gehuurd als opslag bij molen niet beschermd als 7:290 BW-bedrijfsruimte
In deze zaak stond centraal of een gehuurde schuur, gebruikt als opslagruimte nabij een molen, kwalificeert als bedrijfsruimte onder art. 7:290 BW Pro, waardoor aanvullende huurbescherming zou gelden. De molen zelf heeft als contractuele bestemming het malen van graan, wat volgens de rechtbank valt onder art. 7:230a BW.
De huurder stelde dat het gehuurde functioneel verbonden is met de molen en dat de molen als bedrijfsruimte onder art. 7:290 BW Pro valt, mede omdat meel aan particulieren werd verkocht. De rechtbank oordeelde echter dat deze verkoop onvoldoende is om de bestemming van de molen te wijzigen. Ook was er geen stilzwijgende instemming van de eigenaar met een bestemmingswijziging. Hierdoor kleurt de schuur niet mee met de molen en valt zij niet onder art. 7:290 BW Pro.
De verhuurder had de huurovereenkomst rechtsgeldig opgezegd wegens dringend eigen gebruik. De rechtbank stelde vast dat de verhuurder voldoende spoedeisend belang had en dat de huurder geen verlengingsverzoek had ingediend. Daarom werd de ontruiming bevolen binnen een maand na betekening, met een dwangsom bij niet-naleving. De machtiging tot inschakeling van politie werd afgewezen.
De huurder werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat de bescherming van art. 7:290 BW Pro niet snel van toepassing is en dat de contractuele bestemming en instemming van de eigenaar doorslaggevend zijn.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen een maand na betekening met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.