ECLI:NL:RBARN:2011:BQ4685
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg overeenkomst over uitbetaling gesepareerd bedrag na kortgedingvonnis
De zaak betreft een geschil over de uitbetaling van een bedrag van €16.506,63 door een notaris na een kortgedingvonnis van 27 maart 2007. Eiser stelde dat de notaris pas na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep en definitieve beslissing tot uitbetaling had mogen overgaan, conform de afspraak dat het bedrag zou worden gehouden voor degene die uiteindelijk in het gelijk wordt gesteld.
De rechtbank stelde vast dat de kernvraag lag in de uitleg van de tussen partijen gesloten overeenkomst, met name de afspraak tussen de curator en eiser over de voorwaarden voor het opheffen van beslagen en de mededelingen aan de notaris. Uit verklaringen en gedragingen bleek dat de notaris en curator de afspraak zo hadden geïnterpreteerd dat het bedrag na het kortgedingvonnis in eerste aanleg mocht worden vrijgegeven.
Hoewel eiser zich baseerde op het woord 'uiteindelijk' in de overeenkomst, wat hij als definitief interpreteerde, oordeelde de rechtbank dat dit woord ook anders kon worden opgevat en dat de tekst onduidelijk was. Het stilzwijgen van eiser en zijn advocaat na de mededeling van de notaris over de uitbetaling maakte dat de notaris niet onrechtmatig had gehandeld. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.