ECLI:NL:RBARN:2011:BQ4690
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting overeenkomst en betalingsverplichting inzake verzorging en verkoop paard
De rechtbank Arnhem behandelde een civiele zaak waarin eiseres, een besloten vennootschap, betaling vorderde van gedaagde voor verzorgingskosten van een paard dat bij eiseres was gestald. Gedaagde betwistte een overeenkomst met eiseres en stelde dat de overeenkomst met een derde was aangegaan.
De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst mondeling was gesloten tussen gedaagde en de derde, maar dat deze derde handelde als vertegenwoordiger van eiseres. Dit werd onder meer bevestigd door eerdere factureringen en de gang van zaken. De overeenkomst werd daarmee geacht tussen eiseres en gedaagde te zijn gesloten.
Partijen verschillen over de inhoud van de overeenkomst, met name over de verdeling van opbrengsten na verkoop van het paard en de betalingsverplichting van de gemaakte kosten. De rechtbank droeg eiseres op bewijs te leveren dat na verkoop de opbrengst fifty-fifty zou worden verdeeld en dat gedaagde de gemaakte kosten zou betalen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de vordering pas opeisbaar is na verkoop van het paard, maar dat een toezegging van gedaagde of diens zoon tot betaling bij vertrek van het paard voldoende kan zijn om een betalingsverplichting te doen ontstaan. Ook hierover moet eiseres bewijs leveren.
De zaak werd aangehouden voor bewijslevering, waarbij eiseres getuigen kan oproepen en bewijsstukken kan overleggen. Het vonnis werd gewezen door mr. O. Nijhuis op 13 april 2011.
Uitkomst: De rechtbank draagt eiseres op bewijs te leveren over de overeenkomst en betalingsverplichting en houdt de zaak aan voor bewijslevering.