ECLI:NL:RBARN:2011:BQ6491
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Rabobank vordert betaling en wijst zorgplichtverweer af in zakelijke financieringsgeschil
Rabobank verstrekte tussen 2006 en 2009 diverse kredieten en leningen aan een groep vennootschappen en de individuele gedaagde, die zich tevens borg stelde. Na opzegging van de financieringen en faillissement van de vennootschappen vorderde Rabobank betaling van openstaande bedragen op grond van hoofdelijke aansprakelijkheid, borgtocht en geldleningen.
Gedaagde stelde dat Rabobank haar zorgplicht had geschonden door onzorgvuldig te adviseren en te financieren, wat tot schade zou hebben geleid. Hij vorderde een verklaring voor recht en schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat gedaagde onvoldoende concrete feiten had gesteld om een schending van de zorgplicht aan te nemen, mede omdat het ging om zakelijke financieringen en gedaagde als ondernemer verantwoordelijk is voor zijn eigen beslissingen.
De rechtbank wees het verweer af en veroordeelde gedaagde tot betaling van de hoofdsommen met rente, beslagkosten en proceskosten. De vorderingen van gedaagde in reconventie werden eveneens afgewezen. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2011.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande hoofdsommen, borgtocht en rente aan Rabobank; verweer en schadevorderingen worden afgewezen.