ECLI:NL:RBARN:2011:BQ7666
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres ontving vanaf februari 2004 een bijstandsuitkering met een toeslag van 20%. Verweerder verlaagde deze toeslag naar 10% vanwege het inkomen van haar meerderjarige zoon, die studiefinanciering en arbeidsinkomsten had. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten en de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gezamenlijke inkomsten van eiseres en haar zoon en de gevolgen daarvan voor het sociaal minimum. Verweerder kreeg de gelegenheid het gebrek te herstellen, waarna bleek dat het gezamenlijke inkomen boven de gehuwdennorm lag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar liet de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor de bestuursrechtelijke en rechterlijke behandeling van de zaak met ruim een jaar was overschreden. Daarom werd verweerder veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.500 en vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten, kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en laat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand.