ECLI:NL:RBARN:2011:BQ9168
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens schending non-concurrentiebeding door oprichting onderneming zonder daadwerkelijke concurrentie
In deze zaak vorderden Fornix en Laprolan betaling van boetes wegens vermeende schending van een non-concurrentiebeding door [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3]. Deze zouden een concurrerende onderneming, M4Y, hebben opgericht binnen de periode waarin dit verboden was.
De rechtbank oordeelde dat voorbereidende handelingen zoals het oprichten van een onderneming en inschrijving bij de Kamer van Koophandel nog geen daadwerkelijke concurrentie opleveren. Er was geen bewijs dat M4Y tijdens de betwiste periode handelde met klanten van Laprolan. Ook het aantrekken van een voormalige werknemer was onvoldoende onderbouwd als concurrerend handelen.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde Fornix en Laprolan tot betaling van de proceskosten. De boetes werden niet toegewezen omdat het non-concurrentiebeding niet was geschonden binnen de relevante periode.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat het oprichten van de onderneming geen schending van het non-concurrentiebeding opleverde.