ECLI:NL:RBARN:2011:BQ9216
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding van €700.000 niet aan te merken als vervangende uitkering voor gederfd loon
De werknemer [A] was sinds 1996 in dienst en had een arbeidsovereenkomst met een ontslagvergoedingclausule die een vergoeding bij ontslag garandeerde. In 2009 werd deze overeenkomst beëindigd en vervangen door een nieuwe overeenkomst met gewijzigde arbeidsvoorwaarden, waaronder een hogere vaste beloning en een lagere ontslagvergoeding. De werknemer ontving een vergoeding van €700.000 ter compensatie van het afzien van de oorspronkelijke ontslagregeling.
Eiseres verzocht toepassing van de stamrechtvrijstelling op deze vergoeding, stellende dat het een uitkering ter vervanging van gederfd loon betrof. De Belastingdienst wees dit af omdat er geen sprake was van een daadwerkelijke ontslagsituatie. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de vergoeding niet kon worden gezien als loon ter vervanging van gederfd of te derven loon, omdat de werknemer zijn werkzaamheden voortzette en de oorspronkelijke ontslagvergoeding werd ingeruild voor een directe vergoeding.
De rechtbank concludeerde dat de stamrechtvrijstelling niet van toepassing was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vergoeding van €700.000 wordt niet aangemerkt als uitkering ter vervanging van gederfd loon en de stamrechtvrijstelling wordt geweigerd.