ECLI:NL:RBARN:2011:BQ9545
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Ontslag beschermingsbewindvoerder wegens onbehoorlijk financieel beheer
De zaak betreft een verzoek tot opheffing van het beschermingsbewind over de goederen van de verzoeker, ingesteld door de verzoeker zelf. De verzoeker gaf aan met hulp van een begeleider van het RIBW weer grip te willen krijgen op zijn financiën en stelde dat de bewindvoerster fouten had gemaakt en afspraken niet was nagekomen.
De kantonrechter nam kennis van de schriftelijke stukken en de mondelinge behandeling. Uit de behandeling bleek dat de bewindvoerster de tandartsrekening naar de verkeerde verzekeringsmaatschappij had gestuurd, waardoor deze niet tijdig werd betaald. Tevens ontstond er een saldotekort op de betaalrekening door gebrekkige regie bij de aankoop van een computer, ondanks toestemming van de bewindvoerster en voorfinanciering door de moeder van de verzoeker.
Hoewel de huur in het begin niet werd betaald, was dit later rechtgetrokken na ontvangst van huurtoeslag. Ook was er aanvankelijk geen maandelijkse bankoverzichten verstrekt, maar dit was inmiddels hersteld. De kantonrechter oordeelde dat de bewindvoerster het beheer niet behoorlijk had gevoerd zoals bedoeld in artikel 1:431 lid 1 BW Pro, wat een gewichtige reden vormt voor ontslag krachtens artikel 1:448 lid 2 BW Pro.
Gezien de vrijwillige begeleiding van het RIBW achtte de kantonrechter de onderbewindstelling niet langer noodzakelijk en besloot het bewind op te heffen met ingang van 1 augustus 2011. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan door partijen binnen drie maanden worden aangevochten bij het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het bewind over de goederen van de verzoeker wordt opgeheven wegens onbehoorlijk beheer door de bewindvoerder.