ECLI:NL:RBARN:2011:BR1674
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening ter voorkoming van gijzeling voor onbetaalde boetes
Verzoekers hebben bij de rechtbank Arnhem een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro, met als doel de gijzeling van verzoekster te voorkomen vanwege onbetaalde boetes. De politie had aangekondigd verzoekster te gijzelen indien de boetes niet werden voldaan.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een spoedeisende situatie, maar dat de gijzeling niet op grond van artikel 28 WAHV Pro dreigde, omdat geen machtiging door de kantonrechter was verleend. De gijzeling betrof de uitvoering van een onherroepelijk vonnis van de kantonrechter Nijmegen, waarbij vervangende hechtenis was opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen ter voorkoming van gijzeling op grond van artikel 28 WAHV Pro, en niet voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijk vonnis. Omdat de boete door vervangende hechtenis komt te vervallen en de schuldsanering noodzakelijk wordt geacht, was er geen reden tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Het verzoek werd daarom afgewezen. Over de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zou bij afzonderlijke uitspraak worden beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening ter voorkoming van gijzeling wordt afgewezen.