ECLI:NL:RBARN:2011:BR1930
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid en schuldheling
Op 11 januari 2011 heeft verdachte door het gebruik van een feitelijkheid en bedreiging met een feitelijkheid de benadeelde partij gedwongen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen. Verdachte had haar enige tijd begluurd en beweerde filmopnames te hebben gemaakt die hij op internet zou plaatsen indien zij zich niet aan een contract hield. Verdachte klom via het raam naar binnen en dwong haar onder meer zichzelf te vingeren en haar broek naar beneden te trekken.
Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte een laptop in bezit had waarvan hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door diefstal was verkregen. Verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit van diefstal, maar veroordeeld voor schuldheling.
De rechtbank achtte de verklaring van de benadeelde partij gedetailleerd, consistent en ondersteund door bewijsmiddelen zoals het contract en verklaringen van derden. Verdachte vertoonde onvoldoende inzicht in zijn gedrag en er was sprake van een hoog recidiverisico. De psychische impact op het slachtoffer was groot, mede door haar autisme en de daaropvolgende posttraumatische stressstoornis.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden omtrent reclasseringstoezicht. Tevens werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend aan het slachtoffer, met een schadevergoedingsmaatregel en vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, en een schadevergoeding van €1.000 voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid en schuldheling.