ECLI:NL:RBARN:2011:BR3347
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking inkomensvoorziening wegens niet nakomen werkleeraanbod volgens Wet investeren in jongeren
Eiser had recht op een werkleeraanbod en een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Hij verscheen herhaaldelijk niet op afspraken bij het Arbeids- en trainingscentrum en de bedrijfsarts, en was meerdere malen niet thuis bij verzuimcontroles. Verweerder trok de inkomensvoorziening in op basis van artikel 40, derde lid, onder b, WIJ, en beëindigde deze op grond van artikel 42, eerste lid, onder c, WIJ.
De rechtbank oordeelt dat artikel 40, derde lid, onder b, WIJ niet van toepassing is omdat er geen sprake was van onrechtmatige verstrekking. Daarom is het besluit tot intrekking op die grond vernietigd. Wel acht de rechtbank verweerder bevoegd om de inkomensvoorziening in te trekken op grond van artikel 42, eerste lid, onder c, WIJ, omdat eiser ondubbelzinnig niet aan zijn verplichtingen uit het werkleeraanbod voldeed.
De rechtbank wijst het standpunt van eiser af dat eerst opschorting had moeten plaatsvinden. Ook is het terecht dat het vakantiegeld aan de beslaglegger is betaald. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het de intrekking betreft, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.