ECLI:NL:RBARN:2011:BR4431
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bewijs geldlening en herroeping gerechtelijke erkenning in civiele procedure
In deze civiele procedure stond de bewijsopdracht centraal omtrent een gestelde geldlening van €16.000,00 door eiser aan gedaagde. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde, mede doordat zijn partijgetuigenverklaring niet werd ondersteund door aanvullend bewijs. De getuigen, familieleden van gedaagde, maakten gebruik van hun verschoningsrecht en deden geen inhoudelijke verklaring.
Daarnaast werd een vordering van €1.000,00 erkend door gedaagde, maar diens poging tot herroeping van deze gerechtelijke erkenning werd afgewezen wegens strijd met de goede procesorde, mede omdat het onderzoek dat tot herroeping zou leiden eerder had kunnen plaatsvinden.
Verder kwam de rechtbank terug op een eerdere beslissing omtrent de zorgplicht van eiser, maar wees de vordering af wegens het ontbreken van verzuim bij gedaagde. De vordering tot vergoeding van vertragingsrente werd toegewezen. De proceskosten werden grotendeels aan eiser opgelegd, aangezien deze in overwegende mate in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.201,65 met rente; overige vorderingen worden afgewezen.