ECLI:NL:RBARN:2011:BR4802
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op aanwezigheid raadsman bij politieverhoor en bewijsuitsluiting
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin de verdachte werd beschuldigd van diefstal van ongeveer 75 euro uit een portemonnee in Nijmegen. De raadsman van verdachte voerde aan dat het recht op een eerlijk proces was geschonden omdat de verdachte bij het politieverhoor geen raadsman aanwezig had, verwijzend naar het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Šebalj tegen Kroatië.
De politierechter analyseerde het Šebalj-arrest en concludeerde dat het recht op aanwezigheid van een raadsman tijdens het politieverhoor niet absoluut is en afhankelijk is van het nationale recht van het betreffende land. In Kroatië voorziet het nationale recht in dat recht, maar dit geldt niet automatisch voor Nederland. De politierechter stelde vast dat de verdachte voorafgaand aan het verhoor was gewezen op zijn recht op consultatie en dat hij hiervan afstand had gedaan.
De raadsman bracht nog in dat de verdachte een verstandelijke beperking heeft, maar dit werd onvoldoende onderbouwd om te concluderen dat de verdachte niet begreep waar hij afstand van deed. De verklaring van de verdachte werd daarom als bewijs toegelaten. De politierechter verklaarde het tenlastegelegde bewezen en veroordeelde de verdachte tot een werkstraf van 30 uur, met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 30 uur wegens diefstal, met vervangende hechtenis van 15 dagen.