ECLI:NL:RBARN:2011:BR4942
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep proceskostenvergoeding ex artikel 13a Wahv
In deze zaak heeft de gemachtigde van een kentekenhouder beroep ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek om proceskostenvergoeding door de officier van justitie. De kantonrechter heeft onderzocht of het beroep ex artikel 13a van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) ontvankelijk was.
De kantonrechter oordeelde dat alleen degene die administratief beroep heeft ingesteld bij de officier van justitie, in dit geval de kentekenhouder zelf, gerechtigd is beroep in te stellen ex artikel 13a Wahv. De gemachtigde had geen geldige machtiging overgelegd waaruit bleek dat hij bevoegd was om namens de kentekenhouder het beroep bij de kantonrechter in te stellen. Uit de correspondentie bleek bovendien dat de gemachtigde uit eigen naam handelde.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De kantonrechter gaf geen inhoudelijk oordeel over de afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding door de officier van justitie. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep op proceskostenvergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de gemachtigde niet bevoegd was het beroep in te stellen.