ECLI:NL:RBARN:2011:BR5069
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid klacht en nakoming bloeistimuleringsmiddelenovereenkomst
In deze civiele procedure staan twee zaken centraal waarin Vitaplant B.V. als eiseres optreedt tegen Middenweg B.V. en G. van Steekelenburg en Zn B.V. De kern van het geschil betreft de vraag of de afnemers tijdig hebben geklaagd over het niet voldoen van het bloeistimuleringsmiddel aan de overeenkomst. De rechtbank hanteert hierbij de criteria uit artikel 6:89 BW Pro en artikel 7:23 BW Pro, waarbij de klachttermijn afhankelijk is van de omstandigheden van het geval.
In de zaak tegen Middenweg is geoordeeld dat zij wel tijdig heeft geklaagd. Ondanks de complexiteit van het onderzoek en het verbod op eigen onderzoek door de tuinders, was Vitaplant op de hoogte van de ontevredenheid van Middenweg vanaf januari 2009. De klachtplicht is daarmee nagekomen. De beoordeling over de deugdelijkheid van het middel wordt aangehouden voor nadere bewijslevering.
In de zaak tegen Van Steekelenburg is vastgesteld dat zij niet tijdig heeft geklaagd. Er is onvoldoende bewijs dat zij binnen bekwame tijd haar klachten kenbaar heeft gemaakt aan Vitaplant. Ook het niet betalen van facturen wordt niet als een voldoende duidelijke klacht beschouwd. Van Steekelenburg wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en proceskosten aan Vitaplant.
Uitkomst: Van Steekelenburg wordt veroordeeld tot betaling van EUR 141.793,50 aan Vitaplant wegens niet tijdig klagen over het bloeistimuleringsmiddel.