ECLI:NL:RBARN:2011:BR5566
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over vermeende fraude bij brand in auto
De zaak betreft een geschil tussen een verzekerde en zijn verzekeraar Delta Lloyd over een brand in de auto van de verzekerde. De verzekeraar betwist de uitkering wegens vermeende fraude: de verzekerde zou zelf de brand hebben veroorzaakt om de schade te kunnen claimen. Delta Lloyd baseert dit op een expertiserapport dat stelt dat de brand is ontstaan door het aanbrengen van vuur en niet door een technisch defect.
De verzekerde betwist de fraude en voert aan dat de brand spontaan is ontstaan. Hij stelt ook dat het expertiserapport niet onafhankelijk is en dat hij niet adequaat is geïnformeerd of in de gelegenheid is gesteld voor tegenonderzoek. De rechtbank oordeelt dat het rapport onvoldoende bewijs vormt omdat de verzekerde niet om een tegenreactie is gevraagd en de auto niet voor tegenonderzoek is bewaard.
De bewijslast voor fraude ligt bij de verzekeraar, die door de rechtbank wordt opgedragen dit met andere middelen te bewijzen. De rechtbank wijst ook op de gevolgen van vastgestelde fraude, zoals opname in het incidentenregister en terugvordering van de uitkering. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en uitwisseling van nadere stukken over schadevergoeding.
De rechtbank wijst erop dat indien geen fraude wordt vastgesteld, de registraties onrechtmatig zijn en moeten worden opgeheven. De verzekerde krijgt de gelegenheid zijn schade nader te specificeren. De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoren en bewijsstukken, waarbij partijen worden voorbereid op een mondeling tussenvonnis.
De uitspraak is gedaan door mr. G.J. Meijer op 17 augustus 2011 en bevat gedetailleerde procesinstructies voor de voortzetting van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank acht het expertiserapport onvoldoende bewijs voor fraude en draagt de verzekeraar op aanvullend bewijs te leveren; de zaak wordt aangehouden.