ECLI:NL:RBARN:2011:BR6086

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
23 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
718038 BH VERZ 10-10257
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.A. Huidekoper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht zorgverlener over beheer en betaling PGB door bewindvoerder ongegrond verklaard

De zaak betreft een klacht van een zorgverlener tegen de bewindvoerder van een onderbewindgestelde over het niet betalen van ingediende facturen uit het persoonsgebonden budget (PGB). De bewindvoerder betwistte de vordering en stelde dat de facturen betrekking hadden op administratieve ondersteuning die niet door de onderbewindgestelde betaald hoefde te worden, omdat dit een afspraak was tussen de zorgverlener en een zorgboerderij.

Tijdens de mondelinge behandeling verscheen de zorgverlener niet, terwijl de bewindvoerder wel aanwezig was. De onderbewindgestelde verklaarde weinig van de klacht te weten en gaf aan dat hij de dagbesteding bij de zorgboerderij had gestaakt. De kantonrechter oordeelde dat de klacht ongegrond was, omdat de zorgverlener niet had gereageerd op de weerlegging van de bewindvoerder en onduidelijk bleef welke prestaties waren geleverd.

Daarnaast machtigde de kantonrechter de bewindvoerder om € 500,00 extra in rekening te brengen bij het vermogen van de onderbewindgestelde wegens extra werkzaamheden in de klachtprocedure. Er werd geen grond gezien om deze kosten bij de zorgverlener te verhalen, omdat het geen dagvaardingsprocedure betrof.

Uitkomst: De klacht van de zorgverlener wordt ongegrond verklaard en de bewindvoerder mag € 500,00 extra in rekening brengen bij het vermogen van de onderbewindgestelde.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ARNHEM
burgerlijk recht, sector kanton
Locatie Wageningen
zaakgegevens 718038 \ BH VERZ 10-10257 \ PH\276\ma
uitspraak van 23 augustus 2011
beschikking
in de zaak van
[klager]
gevestigd te [vestigingsplaats]
klager
procederend in persoon
en
[bewindvoerder]
gevestigd te [vestigingsplaats]
beklaagde
procederend in persoon
Partijen worden hierna [klager] en [bewindvoerder] genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift van 27 oktober 2010;
- het verweerschrift van 1 november 2010;
- de schriftelijke reactie op het verweerschrift van 1 december 2010;
- de schriftelijke reactie van [bewindvoerder] van 10 januari 2011;
- de aantekeningen van de griffier van de gehouden mondelinge behandeling op 26 mei 2011.
2. De feiten
2.1. Bij beschikking van de kantonrechter te Wageningen d.d. 11 november 2009 is een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan [rechthebbende] (hierna: rechthebbende), wonende te [adres]. [bewindvoerder] is bij voornoemde beschikking als bewindvoerster benoemd.
3. De klachten en het verweer
3.1. [klager] klaagt in haar hoedanigheid als zorgverlener ingehuurd door rechthebbende, dat [bewindvoerder] facturen die door [klager] zijn ingediend ter betaling uit het persoonsgebondenbudget dat aan rechthebbende is toegekend, niet door [bewindvoerder] worden voldaan.
3.2. [klager] onderbouwt haar klacht met hetgeen door haar is aangevoerd in de stukken die door haar zijn ingediend.
3.3. [bewindvoerder] voert aan dat op enig moment, medio juli 2010, [bewindvoerder] door [klager] werd benaderd als zijnde de zorgverlener van rechthebbende. In de factuur van [klager] staat onder meer de post administratieve ondersteuning. Volgens [bewindvoerder] heeft [klager] afspraken met de zorgboerderij waar rechthebbende zijn dagbesteding heeft, dat [klager] de administratie voor de zorgboerderij uitvoert ten behoeve van cliënten van die zorgboerderij. [bewindvoerder] is van mening dat rechthebbende deze dienstverlening niet hoeft te betalen omdat dit een afspraak betreft tussen [klager] en de zorgboerderij. De financiën van rechthebbende worden door [bewindvoerder] beheerd en hiervoor wordt door rechthebbende een vergoeding betaald.
[klager] heeft volgens [bewindvoerder] derhalve geen bemoeienis met de financiële zaken van rechthebbende. [bewindvoerder] voert voorts aan dat de heer [X] de ambulant hulpverlener is van rechthebbende. Sinds 1 september 2009 is er een arbeidscontract gesloten tussen de heer [X] en rechthebbende. De salarisadministratie inclusief belastingtechnische zaken betreffende de heer [X] zijn door [bewindvoerder] ondergebracht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). [bewindvoerder] stelt dat zij niet door [X] of [klager] op tijd is geïnformeerd over de dagbesteding van rechthebbende bij [naam zorgboerderij] (voornoemde zorgboerderij), laat staan dat er volgens [bewindvoerder] hierover overleg is geweest. Volgens [bewindvoerder] was het contract dat [klager] heeft opgestuurd erop gericht dat [bewindvoerder] de PGB en de daarbij behorende bankrekening aan [klager] zouden overdragen. De facturen van [klager] worden door [bewindvoerder] niet betaald nu onduidelijk is waarop deze facturen zien. Volgens [bewindvoerder] heeft [klager] geen prestatie geleverd waarvoor rechthebbende een vergoeding verschuldigd is. [bewindvoerder] betwist dat er door haar met [klager] betaalafspraken zijn gemaakt. De data die op de contracten staan vermeld, zijn volgens [bewindvoerder] onjuist, gelet op de datum van de facturen. Het zorgcontract dateert van augustus 2010 en de factuur dateert van juli 2010 en ziet op een periode voorafgaande het zogenaamd overeengekomen zorgcontract. Verder verzoekt [bewindvoerder] [klager] te veroordelen in de proceskosten.
4. De beoordeling
4.1. [klager] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de mondelinge behandeling van de klacht.
4.2. Rechthebbende is tijdens de mondelinge behandeling gehoord door de kantonrechter.
Rechthebbende heeft verklaard dat hij niets weet over de klacht van [klager]. Hij geeft aan dat de heer [X] zijn hulpverlener is en dat de heer [X] met enige regelmaat bij hem op bezoek komt en hem helpt met allerlei zaken. Rechthebbende heeft de dagbesteding op de zorgboerderij gestaakt. Hij moest daar fietsen opknappen die de eigenaar van de zorgboerderij dan weer verkocht. Rechthebbende wilde dit werk niet langer doen, gelet op het feit dat hij moet betalen voor zijn aanwezigheid aldaar en de zorgboerderij daarom “dubbel”aan hem verdiend. Hij is dan ook al gedurende enige tijd niet meer op de zorgboerderij geweest.
4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de klacht van [klager] ongegrond is.
[bewindvoerder] heeft de klacht van [klager] voldoende weersproken. Nu [klager] niet op de mondelinge behandeling is verschenen, heeft zij niet gereageerd op hetgeen [bewindvoerder] heeft aangevoerd. Met name de vraag welke prestatie is geleverd jegens rechthebbende waarvoor vergoeding zou zijn verschuldigd en de vragen die zijn gerezen rondom contractdatum en factuurdatum, zijn hierdoor onbeantwoord gebleven. Dit risico moet voor [klager] blijven nu deze niet is verschenen. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat wanneer [klager] meent een rechtsvordering te hebben jegens rechthebbende en/of [bewindvoerder], [klager] hiervoor de aangewezen juridische weg dient te volgen, namelijk die van de civiele dagvaardingsprocedure.
Gelet op het feit dat [bewindvoerder] extra tijd heeft moeten besteden in de behandeling van de klachtzaak, is de kantonrechter van oordeel dat [bewindvoerder] hiervoor extra uren in rekening mag brengen. De hoogte van de extra uren wordt berekend aan de hand van de staffel die geldt bij civiele kantonzaken vastgesteld door het Landelijk Overleg sectorvoorzitters Civiel en Kanton. De hoogte van het financiële belang in onderhavige kwestie is gelet op de stukken
€ 5.402,88 (begeleiding in dagdelen, door het CIS geïndiceerd). Het tarief dat daarbij hoort is volgens de staffel voornoemd, € 250,00 per punt. [bewindvoerder] heeft een reactie op de klacht geschreven en is op de mondelinge behandeling van de klacht verschenen. Dit staat gelijk aan 2 punten in de civiele kantonzaken op tegenspraak.
Dit betekent dat de kantonrechter [bewindvoerder] machtigt om € 500,00 extra te mogen declareren ten laste van rechthebbende in verband met de door haar verrichtte extra werkzaamheden in onderhavige klachtzaak. Er is geen wettelijke grondslag om deze kosten bij [klager] in rekening te brengen, nu onderhavige kwestie geen dagvaardingsprocedure betreft.
5. De beslissing
De kantonrechter,
5.1. verklaart de klacht ongegrond;
5.2. machtigt [bewindvoerder] € 500,00 in rekening te mogen brengen ten laste van het vermogen van [rechthebbende]
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. P.A. Huidekoper en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2011.