ECLI:NL:RBARN:2011:BR6477

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
2 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/497
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.C. Quak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing extra immateriële schadevergoeding na vrijspraak en voorlopige hechtenis

Verzoekster was van 26 september tot 22 oktober 2008 in verzekering gesteld en voorlopige hechtenis ondergaan. Na vrijspraak door de politierechter op 18 maart 2011 verzocht zij om een vergoeding van € 2.155 voor de detentiedagen en een extra immateriële schadevergoeding van € 538,75 wegens de impact op haar goede naam en lichamelijke klachten.

De rechtbank Arnhem hanteerde de gebruikelijke forfaitaire vergoeding van € 80 per dag in een Huis van Bewaring en € 105 per dag op het politiebureau, wat resulteerde in een totaal van € 2.155. De rechtbank oordeelde dat deze forfaitaire vergoeding zowel materiële als immateriële schade dekt, inclusief de impact van de verdenking en detentie.

Verzoekster kon geen concrete onderbouwing geven van de lichamelijke klachten noch van een causaal verband met de detentie. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van een uitzonderlijke situatie die een hogere vergoeding zou rechtvaardigen en wees het verzoek tot extra immateriële schadevergoeding af.

De rechtbank gelastte uitbetaling van de forfaitaire vergoeding uit de rijkskas en wees het overige verzoek af. De uitspraak werd gedaan door rechter P.C. Quak in aanwezigheid van de griffier R. van Dijk op 2 september 2011.

Uitkomst: Verzoek tot extra immateriële schadevergoeding wordt afgewezen; forfaitaire vergoeding van € 2.155 wordt toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
SECTOR STRAFRECHT
ENKELVOUDIGE RAADKAMER
Rechtbanknummer : 11/497
Parketnummer ; 05/601807-08
Datum zitting : 17 augustus 2011
Datum uitspraak : 02 september 2011
Beschikking van de enkelvoudige openbare raadkamer naar aanleiding van het op 08 juni 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift voor zover betreffende artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
naam : [verzoekster]
geboren op : [geboortedatum]
adres : [adres]
plaats : [woonplaats],
woonplaats kiezende te [adres] ten kantore van haar advocaat mr. S.R. van Laar.
De behandeling in raadkamer
In openbare raadkamer van 17 augustus 2011 zijn verzoekster, haar advocaat , mr. M.R. Roethof, optredende namens mr. S.R. van Laar, en de officier van justitie gehoord:
De officier van justitie persisteert bij zijn conclusie d.d. 14 juli 2011.
De beoordeling
De raadkamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een geldelijke vergoeding ten bedrage van:
- € 2.155,-- ter zake schade welke is geleden tengevolge van de ondergane
Inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
- € 538,75 ter zake extra geleden immateriële schade;
- de stukken waaruit blijkt dat verzoekster op 26 september 2008 in verzekering is gesteld en op 22
oktober 2008 is heengezonden;
- een vonnis van de politierechter d.d. 18 maart 2011 waarbij verzoekster is vrijgesproken van het
haar tenlastegelegde;
- de conclusie van de officier van justitie d.d. 14 juli 2011;
De raadkamer constateert dat de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
De raadkamer overweegt voorts ten aanzien van wat door verzoeker is verzocht als volgt:
Detentie
Bij het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag hanteert de raadkamer het in
deze rechtbank gebruikelijke bedrag van € 80,00 per nacht voor ondergane verzekering vermeerderd tot € 105,00 indien dit wordt ondergaan op het politiebureau of in beperkingen.
Verzoekster heeft in totaal 3 dagen in detentie op het politiebureau doorgebracht en 23 dagen in een Huis van Bewaring. Daarvoor komt haar een vergoeding toe van 3 x € 105,00 = € 315,00 + 23 x € 80,- = € 1.840,-- totaal € 2.155,--.
Extra immateriële schade
Naast de forfaitaire vergoeding voor ondergane in verzekeringstelling en voorlopige hechtenis verzoekt verzoekster een extra immateriële schadevergoeding aangezien de detentie een enorme impact op haar heeft gehad. Immers hebben de aard van de verdenking en de detentie haar in haar goede naam en eer aangetast. Bovendien heeft de lange duur van afhandeling van de zaak haar onnodig lang in onzekerheid doen verkeren.
Tijdens de behandeling in raadkamer heeft verzoekster nog opgemerkt nog steeds lichamelijke klachten te ervaren als gevolg van de detentie.
De raadkamer overweegt hiertoe als volgt.
De forfaitaire vergoeding voor ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis omvat een materiële component en een immateriële component. In die forfaitaire vergoeding is dus al impliciet rekening gehouden met de impact die de detentie op verzoekster heeft gehad, de aard van de verdenking en de mogelijke aantasting van verzoekster in haar goede naam en eer. Alleen indien sprake is van zeer uitzonderlijke gevallen zou een hogere vergoeding toegekend kunnen worden.
Gelet op de verdenking jegens verzoekster is daar naar het oordeel van de raadkamer geen sprake van geweest.
Tijdens de behandeling in raadkamer heeft verzoekster nog aangegeven nog steeds lichamelijke klachten te ervaren als gevolg van de detentie. Niet alleen worden deze klachten niet onderbouwd, ook van enig causaal verband tussen de beweerdelijke klachten van verzoekster en haar detentie is niet gebleken.
De raadkamer zal daarom beslissen als hierna te melden en neemt daarbij de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.
De beslissing
Kent toe aan verzoeker voornoemd een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van
€ 2.155,-- (zegge tweeduizendeenhonderdvijfenvijftig euro).
Gelast de griffier van de rechtbank om aan verzoeker voornoemd uit te betalen de somma van
€ 2.155,-- (zegge tweeduizendeenhonderdvijfenvijftig euro).
Beveelt de tenuitvoerlegging van deze beslissing, nadat deze in kracht van gewijsde is gegaan, door overmaking op rekeningnummer [X]
Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.C. Quak, rechter, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer van 02 september 2011.