ECLI:NL:RBARN:2011:BR6732
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding na huisbezoek en weigering trapkast te openen
Eiseres verzocht vergoeding van immateriële schade wegens een huisbezoek op 19 maart 2010 in het kader van een aanvraag om bijstand. Tijdens dit bezoek werd haar verzocht een afgesloten trapkast te openen, wat zij betwistte vanwege haar persoonlijke omstandigheden waaronder een zwangerschapsvergiftiging en de zorg voor een autistische zoon.
Verweerder wees het verzoek tot schadevergoeding af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank stelt vast dat eiseres toestemming gaf voor het huisbezoek en dat de trapkast niet daadwerkelijk werd geopend. Hierdoor is geen inbreuk op artikel 8 EVRM Pro vastgesteld.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat alleen schade die direct verband houdt met een onrechtmatig besluit voor vergoeding in aanmerking komt. Omdat het verzoek tot openen van de trapkast niet tot een daadwerkelijke inbreuk leidde, is het beroep ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.