ECLI:NL:RBARN:2011:BR6827
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring bodemverontreinigingsschade
Eisers zijn eigenaar van een woning naast een perceel dat van 2000 tot 2009 eigendom was van gedaagde, die het erf als erfgenaam van haar vader verkreeg. De vader exploiteerde er een wasserij, waarbij bodemverontreiniging met vluchtige organochloorverbindingen (VOCl) ontstond.
Provinciale besluiten in 2004 en 2008 stelden de ernst van de bodemverontreiniging vast, waarbij gedaagde succesvol bezwaar maakte tegen een deelsaneringsplan. Eisers vorderden € 25.000 schadevergoeding wegens waardevermindering van hun woning door de verontreiniging.
Gedaagde voerde verweer, waaronder een beroep op verjaring van de vordering op grond van artikel 3:310 lid 1 BW Pro. De rechtbank stelde vast dat eisers reeds in 2003 aansprakelijkheid stelden, maar daarna pas in 2008 weer actie ondernamen, waardoor de vordering verjaard was. Eisers konden niet aantonen dat de verjaring was gestuit.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde eisers in de proceskosten. Een inhoudelijke beoordeling van de schade bleef achterwege vanwege de gegrondheid van het verjaringsverweer.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens bodemverontreiniging is afgewezen wegens verjaring.