ECLI:NL:RBARN:2011:BR7046
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A. Holland
- G.M.L. Tomassen
- M.J.A. Castelijn
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte milieudelict zonder vergunning opslag en lozing afvalstoffen
Verdachte werd beschuldigd van het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor afvalstoffen en het storten van afvalstoffen in een waterplas, in de periode van 2004 tot 2008 te Kekerdom. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 9 maanden wegens deze milieudelicten.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen zeggenschap had binnen de vennootschap [verdachte B.V.] die de inrichting dreef, en dat verdachte slechts een beperkte rol had als opdrachtnemer. Er was geen wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen of feitelijk leidinggeven. Ook stelde de verdediging dat het tenlastegelegde feit onvoldoende concreet was.
De rechtbank oordeelde dat het tenlastegelegde voldoende concreet was en verwierp het verweer van de verdediging hierover. Uit het dossier bleek dat de vennootschap werd geleid door een ander, die ook de feitelijke leiding had. Er was geen bewijs van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de vennootschap. De rol van verdachte was beperkt tot incidentele opdrachten en vervoer van grond.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte medepleger was of feitelijk leiding gaf aan de illegale activiteiten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het zonder vergunning exploiteren van een inrichting en het storten van afvalstoffen wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen en feitelijk leidinggeven.