ECLI:NL:RBARN:2011:BS7506
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering op grond van branchebeschermingsbeding in huurovereenkomst winkelpand
De huurder exploiteert sinds 1985 een cafetaria in een winkelcentrum en beroept zich op een branchebeschermingsbeding in de huurovereenkomst dat geen andere cafetaria's in het centrum toestaat. De verhuurder, die niet de juridische eigenaar is van het pand, stelt dat dit beding niet op hem van toepassing is op grond van artikel 7:226 lid 3 BW Pro, omdat de huurovereenkomst niet met de eigendom zou zijn overgegaan.
De kantonrechter oordeelt dat er eerder sprake is van contractsoverneming volgens artikel 6:159 BW Pro dan van overgang van huur op grond van artikel 7:226 BW Pro. Dit betekent dat de verhuurder wel gebonden is aan het branchebeschermingsbeding. De vordering van de huurder om de exploitatie van de concurrerende cafetaria te staken wordt daarom toegewezen.
De kantonrechter acht onvoldoende bewezen dat de exploitatie van het afhaalcentrum van Turks eten en de pizzeria eerder gevestigd in het winkelcentrum het beding schendt, zodat die vordering wordt afgewezen. De verhuurder wordt veroordeeld binnen twee dagen de exploitatie van de concurrerende cafetaria te staken, met een dwangsom bij niet-naleving, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De verhuurder wordt veroordeeld om de exploitatie van de concurrerende cafetaria binnen twee dagen te staken, onder verbeurte van een dwangsom.