ECLI:NL:RBARN:2011:BT6358
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vernietiging franchiseovereenkomst wegens ondeugdelijke exploitatiebegroting en tekortschieten zorgplicht
De curator in het faillissement van de franchisenemer vordert vernietiging van de franchiseovereenkomst met Jumper West op grond van primair bedrog en subsidiair dwaling vanwege een ondeugdelijke exploitatiebegroting. Tevens wordt Jumper West aansprakelijk gesteld voor schadevergoeding wegens tekortschieten in de zorgplicht, waaronder onvoldoende advies en bijstand.
De rechtbank overweegt dat de exploitatiebegroting niet onjuist is enkel omdat de prognoses niet zijn gehaald en dat de franchisenemer een eigen verantwoordelijkheid had in de onderhandelingen. De stellingen over ondeugdelijkheid van het vestigingsplaatsonderzoek worden niet voldoende onderbouwd. Ook is geen sprake van bedrog of onjuiste voorlichting door Jumper West.
Ten aanzien van de zorgplicht oordeelt de rechtbank dat Jumper West weliswaar verplicht was advies en bijstand te verlenen, maar niet verplicht was om financieel tegemoet te komen of extra ondersteuning te bieden als de omzet tegenviel. De ingebrekestelling van 27 april 2010 is te vaag en onvoldoende concreet. De rechtbank constateert dat Jumper West haar verplichtingen heeft nagekomen en dat de franchisenemer tekort is geschoten in haar ondernemerschap.
De rechtbank wijst de vorderingen af, maar benoemt een deskundige om te onderzoeken of de toepassing van de XL-formule in het vestigingsplaatsonderzoek redelijk was. Partijen worden uitgenodigd zich hierover uit te laten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en benoemt een deskundige voor onderzoek naar de redelijkheid van de toepassing van de XL-formule.