ECLI:NL:RBARN:2011:BT6436
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid scholingsuitgaven voor VWO-opleiding zonder concrete vervolgopleiding
Eiseres heeft in 2007 een VWO-opleiding gevolgd aan een particuliere school en maakte kosten van in totaal €16.675, waarvan zij €15.000 als scholingsuitgaven in aftrek wilde brengen op haar belastbaar inkomen. Verweerder weigerde deze aftrek en handhaafde dit standpunt in bezwaar. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2007 niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan belang, maar dat het beroep mede moest worden gezien als gericht tegen de vaststelling van de niet in aftrek gebrachte scholingsuitgaven.
De rechtbank stelde vast dat volgens artikel 6.27 van de Wet IB 2001 scholingsuitgaven aftrekbaar zijn indien de opleiding wordt gevolgd met het oog op het verwerven of behouden van inkomen uit werk en woning. Het is niet noodzakelijk dat er op het moment van volgen al een concrete vervolgopleiding vaststaat. Het volstaat dat de kosten worden gemaakt met het oog op een nader te bepalen vervolg(beroeps)opleiding, mits aannemelijk is dat de opleiding niet uit louter persoonlijke interesse is gevolgd.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin werd bevestigd dat ook algemeen vormende opleidingen als scholingsuitgaven kunnen worden aangemerkt als zij worden gevolgd met het oog op een beroepsopleiding. Gezien de leeftijd van eiseres kon niet worden verwacht dat zij al een concrete vervolgopleiding had gekozen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en werd het bedrag van de beschikking vastgesteld op €15.000. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe voor zover het ziet op de vaststelling van de scholingsuitgaven en stelt het aftrekbare bedrag vast op €15.000.