ECLI:NL:RBARN:2011:BT8879
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vordering loondoorbetaling tijdens ziekte bij oproepovereenkomst met betwiste arbeidsomvang
Werkneemster trad in mei 2010 in dienst bij de werkgever op basis van een oproepovereenkomst, die in januari 2011 voor een jaar werd verlengd. Zij werkte als horecamedewerkster tegen € 8,85 bruto per uur. In mei 2011 meldde zij zich ziek, waarna de werkgever de loonbetaling stopzette. Werkneemster vorderde loondoorbetaling vanaf 10 mei 2011, stellende dat zij gemiddeld 23,93 uur per week had gewerkt in de drie maanden voorafgaand aan haar ziekmelding, op grond waarvan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan en zij recht had op loonbetaling tijdens ziekte.
De werkgever erkende de arbeidsovereenkomst en de verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte, maar betwistte de door werkneemster gestelde arbeidsomvang. Werkneemster kon haar stelling onvoldoende onderbouwen met haar agenda en urenstaten, terwijl loonstroken en salarisbetalingen wezen op een lagere arbeidsomvang van 38 uur per maand. De kantonrechter stelde vast dat de vordering toewijsbaar was voor het bedrag dat overeenkomt met 38 uur per maand tegen het bruto uurloon.
Verder werd de werkgever veroordeeld tot betaling van de wettelijke vertragingsverhoging ex artikel 7:625 BW Pro en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de opeisbaarheid van de vordering. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van de werkneemster. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot loondoorbetaling over 38 uur per maand vanaf 10 mei 2011 met wettelijke vertragingsverhoging en rente.